Jeugd witviscursus

Duur van de Witviscursus (jeugd) 4 avonden van 1,5 uur 

Maximaal aantal leerlingen 12

De Witviscursus kan worden gegeven in de wintermaanden

Ondersteuning van de cursus kan worden gegeven door seniorleden van uw visvereniging.

Auteur van de cursus: André van Putten.

Kolom beheer:

In deze kolom word een verwijzing gemaakt naar de index Dit brede (2-de) kolom) worden de onderwerpen beschreven.Vooraf aan het begin en opzet van de cursus behoort een instructieplan te worden opgesteld. Hier word ondermeer in beschreven de opzet, beoogde doel, doelstelling, belangrijkste onderwerpen, tijdschema en de gebruikte materialen. Een instructie plan voorkomt veel ongemakken

 Het gebruikte instructie plan is op te vragen bij de vereniging.

 

Kolom 3 zorgt dat tijdens de cursus het overzicht bewaakt blijft van de doelstelling
 
index onderwerp vorm/ uitvoer
 

inleiding

 

 

 

 

 

 

 

 

10 min.

 

 

 

 

 

 

 

 

1

 

2

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Inleiding

 

 

inhoud

 

 

Algemeen

De cursus gaat over hoe kan ik vis vangen.

Waar zit de vis en waar moeten wij rekening mee houden.

Vis vangen met de vaste hengel, soort sim, welke diepte en hoe weten wij waar wij welke vis kunnen verwachten.

Ook zal er besproken worden met welke aas en voer wij kunnen gebruiken. Flora en Fauna zullen ook besproken worden, ook gaan wij bekijken welke materialen er te koop zijn, zoals de hengelkeuze, dobbers, loodjes, haken en de toebehoren van je visuitrusting.

Alle jeugdleden van de vereniging,

Doel van deze cursus is het bijbrengen van onder andere de keuze van je uitrusting, de nomen en waarden waarover je moet beschikken langs de waterkant en ook tegenover de gevangen vissen.

Je zal altijd je visvergunning (en) bij je moeten hebben. Door lid te zijn van een visvereniging betaal je contributie. Van deze contributie betaalt de vereniging een deel aan de federatie. De N.V.V.S en de O.V.B. verzorgen in samenwerking met de visverenigingen het beheer over de visstanden en de waterkwaliteit. Zij doen nog veel meer onder ander het geven van voorlichting, cursussen en documentatie verstrekkingen aan de verenigingen. Als je jeugdlid bent hoef je voor de vaste hengel nog geen vergunning te hebben. Een visvergunning heb je nodig wanneer je 15 jaar word. Als je aansluit bij een visvereniging krijg je van de visvereniging een vergunning voor het vissen van het water van jouw visvereniging.

Wat gaan wij leren in deze cursus:

  • Hengel keuze
  • Langs de waterkant, wat mag er en wat mag je beslist niet doen.
  • Haak aanzetten, keus van de haak
  • Soort aas
  • Dobber, uitloden van je sim
  • Visuitrusting

Doelstelling 1;

Het verbeteren van de vistechnieken.

Concrete doelstelling 2;

  • De jeugdleden de juiste hengel keuze laten maken. De keus van de vaste hengel, insteek, oversteek, telescoop of moeten wij de werphengel kiezen. Door voorbeelden wordt aangetoond wat de beste en juiste keuze voor de witvis wedstrijden.
  • De jeugdleden verantwoord om laten gaan met de vissen en zijn/ haar waterkant, de visplek. Wat neem je mee naar je visplek en neem je dit dan ook weer mee naar huis als je stopt met vissen?
  • De juiste methode aanleren hoe je een haak aan je tuigje vast maakt. Ook de juiste haak keuze. Elk aas kent een eigen haak. Zo kan je dus, bijvoorbeeld niet met een palinghaak kleine voorntjes vangen.
  • Welk aas gebruik je en waar mag je mee vissen. Wat is er te koop en met welk aas kan je welke vis vangen.
  • Dobber keuze, enkele soorten zullen worden behandelt. Welke dobber voor welke vis, welke dobber voor het soort water en weerkeuze.
  • Tuigje, visdraad (nylonsnoer), enkele voorbeelden van tuig worden behandelt. Waar en wanneer met de juiste dikte van tuig vis je. Wat is een verstandige keuze.
  • Tijdens het vissen is het aan te raden om de vissen te lokken met lokvoer. Uitvoerig wordt hierop ingegaan. De keuze van het lokvoer, hoe maak je lokvoer en hoe gebruik je lokvoer.
De uitrusting, wat moet je minimaal meenemen als je op pad gaat om te vissen.

Er worden 4 avonden gegeven. De cursusleiders zijn de jeugdbegeleiders van de B.H.S.V.    Indien je een avond niet aanwezig kan zijn kan je op een volgende cursusavond de te behandelde stof van de gemiste les inhalen. Je krijgt dan extra aandacht van één van de begeleiders. Je moet dit wel van te voren aangeven.

Inhoud in volgorde van de lesavonden;

  • De hengel keuze (1.1)
  • Wat mag er niet langs de waterkant (1.2)
  • Flora en Fauna, langs de waterkant (1.3
  • Welke vis(sen) kunnen wij vangen (1.4)
  • Waar kan ik de vis vinden (1.5)
  • Hoe moet ik een vis vangen (1.6)
  • Keuze van de haak (1.7)
  • Haak aanzetten (1.8)
  • Aas keuze (1.9)
  • Welke vis kan je vangen met welk aas (2.0)
  • Hoe zit ik het aas op de juiste de haak (2.1)
  • Dobber keuze, welke dobber voor welk water en welke dobber voor welke vis (2.2)
  • Tuigje (sim) hoe maak ik deze. Het maken van je eigen wedstrijd sim. Welke dikte van tuig kies je dan en met welke haak wil je vissen (2.3)
  • Soorten loodjes en het gebruik van loodjes zonder dat het tuig beschadigd (2.4)
  • Uitloden van de sim die jezelf hebt gemaakt (2.5)
  • Het maken van lokvoer (2.6)
  • De vis uitrusting (2.7)
  • Examen, diploma uitreiking (2.8)

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Korte inleiding

 

 

 

 

 

 

 

 

Doelstellingen

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Belangrijk

 

Planning

Stappen van de te behandelen stof

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

index onderwerp vorm/uitvoer
1.1

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

1.2

Hengelkeuze;

De Visvereniging raad iedereen aan om met de vaste hengel deel te nemen aan de wedstrijden. Wij zullen dit ook laten zien waarom.

De beste keus is om te starten met een hengel van 4 a 5 meter.

Deze hengels zijn tegenwoordig te koop voor +/- 10 tot 25 Euro. Dit is naargelang of het een insteek, oversteek of een telescoop is, maar ook het materiaal waar de hengel van gemaakt is en de afwerking van de hengel.
 

 

 

 

 

Vertellen, verschillende type hengels laten zien

 

 

 

Voordracht verschil tussen vaste hengel en werphengel, de plek waar je wilt vissen zal niet altijd hetzelfde zijn als je met een werphengel vist.

 

 

 

Les 1

Kikkertjes meenemen en toprubbers

Zijknip tangentje

Nagellak blank

 

Vaste hengel ten opzichte van de werphengel, met de werphengel moet je veel ervaring hebben, met een vaste hengel daar en tegen niet. Je kan met de vaste hengel altijd op hetzelfde punt je dobber laten zakken. Het voordeel is dat je dan ook altijd op je aas/ voerplek vist.Met de werphengel lukt dit in het begin meestal niet.

Met de vaste hengel laat je de dobber ook langzaam in het water glijden, met hun werphengel, je raad het al, wordt je dobber gelanceerd en met een plons valt de dobber en lood in het water.Zeker bij wedstrijden en het soort water waar wij vissen, rustige plekken, relatieve smalle sloten en ondiep water.

Wat mag je niet doen langs de waterkant.

Noodzaak om te weten wat je wel en wat je zeker niet mag doen aan de waterkant. Water lijkt niet gevaarlijk, maar zonder zwemdiploma is water zeer gevaarlijk je kan er invallen.Doordat je langs de waterkant zit of staat is het gevaar aanwezig dat je in het water kan vallen en/ of geduwd worden door je vriendjes of vriendinnetjes. Zorg er dus voor dat je een zwemdiploma hebt of in ieder geval kan zwemmen, je zal best wel eens een keer vissen zonder begeleider.Zorg er ook voor dat wanneer je vriendjes of vriendinnetjes komen kijken dat zij een minimale afstand nemen van jouw visplek. Zij kunnen ook per ongeluk op je hengel staan.

Je zult ook respect moeten hebben voor de vissen, ander ben je geen waardigere visser. Vissen is leuk, maar moet ook leuk blijven. Kijk eens om je heen als je op een visplek zit.  Je ziet dan allemaal planten/ struiken en bomen staan. Deze behoren aan de natuur toe, waar wij weer uiteindelijk van kunnen leven. Zonder hen is het erg kaal en somber. Aan de vissport kun je meer beleven, rustige omgeving en mooie natuur om je heen.

Ook in het water is er zeer veel te beleven. Ook zonder water kunnen wij niet leven.Heb daar respect voor. Als sportvisser denk je dan, heel leuk maar wij doen toch niets.

Wij kunnen het niet genoeg benadrukken om als sportvisser de volgende punten in acht te nemen;

  • Verniel geen struiken, planten en / of bomen
  • Gooi geen afval in het water
  • Laat geen haakjes of lood achter 
  • Ruim het tuig (sim) op en laat het niet achter, denk aan de vogels die hierdoor verstrikt kunnen worden
  • Je mag rustig snoep en drinken meenemen, maar neem de lege bekers/ pakjes/ blikjes en zakjes weer mee naar huis.
  • Gooi niet het overgebleven aas/ voer in het water, maar thuis in de afvalemmer. Het is een extra belasting gebruik alleen het voer dat je nodig hebt. Te veel voeren verjaagd de vis, door verzuring in het water.

Al met al een heleboel regeltjes, maar zorg ervoor dat je hieraan houdt, dan zal je extra plezier beleven aan de vissport.

Respect tonen voor de omgeving behoort ook een deel bij de Flora en Fauna waarin wij leven.

 

index onderwerp vorm/uitvoer
1.3 Flora en Fauna

Letterlijk vertaalt als, planten en dieren.Wij beperken ons tot een aantal planten in en langs de waterkant en enkele vissen.

 

 
Riet, kalmoes soorten, sigaren (lisdodde) en de biezen, zijn erg belangrijk langs de waterkanten. Tussen het de stengels kunnen alle jonge visje zich schuilhouden voor de rovers (zoals de snoek en de stekelbaarzen). Tussen en langs het riet komen veel riet en ruisvoorns voor. Ook zal je een enkele stekelbaars kunnen vangen als je met wormen of maden vist.

Iris, gele lis

De lis langs de waterkant zorg ervoor dat vuilwater wordt gereinigd (met een moeilijk woord, de lis zorgt voor het op nemen van Nitriet en Nitraten).          Wanneer je veel van de planten tegen komt mag je aannemen dat het water van een goede kwaliteit is. Of te wel zuiver water en van schoon water houden onze vissen die wij willen vangen. Zoals de karper en rietvoorns houden van schoner water.

Waterlelie

Niet in alle wateren vinden wij de waterlelie.Je zult begrijpen dat de waterlelie een goede schudplaats bied voor de vissen. Veelal de karper, voornachtige zullen zich hier schuil houden onder de bladeren.   Ook zal je niet raar op moeten kijken wanneer je een voorntje hebt gevangen en deze langzaam binnen haalt je misschien in één keer een snoek aan de haak krijgt. Snoeken liggen op de loer tussen de stengels van de waterlelies.

Onderwater planten. Er zijn er velen die in onze water huisvesten, enkele daarvan zijn waterpest, bronmos, vederkruid en fonteinkruid. Alle onderwater planten zijn essentieel voor het zuurstof in het water. Ook de vissen kunnen niet zonder zuurstof. Doordat er voldoende waterplanten aanwezig zijn zullen de vissen zich thuis voelen in het water waar zij leven. De vissen zijn afhankelijk van deze planten, de vissen zullen zich voortplanten (vermeerderen) tussen deze planten. Ook is er veel voedsel te vinden tussen de planten, larven en eitjes van onderwater diertjes.

Een natuurlijke voedsel bron voor de vissen, zijn de waterluis, muggenlarven en eitjes.Er zijn te veel muggenlarven om op te noemen, een bekende in de vissport zijn de vers de vase larve, dit zijn zeer dunne vel rode larve van ongeveer 1 cm lang. Deze lijken het meest op maden, maar maden zijn veel dikker. In het verleden zijn ook rode maden gebruikt om te vissen. Dit zijn gewone maden die gekleurd waren met een kleurstof, echter is nu die kleurstof verboden en te veel belastend voor het water (watervervuiling). In en rondom het water vinden wij ook de waterjuffer (kleine soort van de libellen), kikkers, salamanders (alleen bij zeer schoon water) , kokerjuffers, schaatsrijders, torren en kevers die allemaal een voedsel bron zijn voor de vissen.

Kijk maar eens in en rond het water als je aan het vissen bent, je zult vast wel enkele planten en/ of dieren tegen komen.

 

index onderwerp vorm/uitvoer
1.4 Fauna ( de vissen)

Je zult zeker enkele vissen al eens gevangen hebben, toch zijn er in Nederland zeer veel zoetwatervissen die je waarschijnlijk niet hebt gevangen en waar je geeneens de naam van wist. Bijvoorbeeld de Blei, Steur, Zalm, Sneep en de meerval.

Enkele vissen die wij wel kennen in onze viswateren zwemmen zijn de rietvoorn, ruisvoorn, bliek, brasem, paling, snoek, baars, zeelt en de karper.
 
Rietvoorn, Blankvoorn.

Zij zijn bijna hetzelfde van vorm, maar het grootste verschil zit hem in de kleur. De blankvoorn is vrij grijs/ zilver van kleur met kleurloze vinnen. De rietvoorn daar en tegen heeft een gouden gloed over zijn lichaam en fel rode vinnen. Bij jonge exemplaren moet de gouden gloed nog komen, maar de rode vinnen zijn duidelijk aanwezig. De riet en blankvoorn kun je met wormen, brood of maden vangen.

De brasem,

De kleine brasem noemen wij ook wel eens een bliek.De brasem kan zeker 60 cm worden, maar er zijn ook enkele grotere waargenomen van bijna 70 cm. De brasem is een alles eter en vindt je met name net boven en/ of op de bodem. 

De brasem heeft een hoge rug en is grauw grijs van kleur met grijze/ zwarte vinnen. Een brasem kan ook sterk zijn, maar hebben over het algemeen weinig conditie, zij zijn snel moe.
De karper,

Wordt ook wel eens de koning van de vissen genoemd, de karpers kunnen wij weer onder verdelen in verschillende groepen, zoals de schubkarper, spiegel of lederkarper.De karper kan zeer sterk zijn zeker de grotere op open water, dan is het een vereiste om met de werphengel te vissen. Een grote karper kan alles in een keer kapot trekken, zoals je tuigjes, maar ook je hengel.

De snoek (baars) en de baars zijn de rovers in onze wateren.De rovers zoeken het juiste formaat visje op om hem te kunnen opeten. De snoek, zeker de grotere jagers onder de snoeken zullen ook kikkers en/ of jonge eentjes op eten. De baars leeft meer van kleinere visjes en muggen. Een kleine snoek of een baars kunnen wij wel met de vaste hengel vangen. Maar het is aan te raden om zeker voor de snoek een werphengel te gebruiken. Om op roofvissen te mogen vissen mag je niet met levend aas vissen, houd hier rekening mee.
De zeelt,

De zeelt is een van de mooiste vissen die je kan vangen met de vaste hengel. De zeelt is ook zeer sterk en vereist dan ook de nodige dril techniek om hem in de landingsnet te krijgen. En zeelt vang je over het algemeen in schoonwater met een worm, made of soms met brood of stukje kaas.

 

index onderwerp vorm/uitvoer
1.5 Waar kan ik de vis vinden?

In elk water zit vis of het water moet sterk verontreinigd zijn.

Je zult van te voren moeten vaststellen op welk vis je gaat vissen, dit heeft te maken met welke hengel, welke sim gebruik je, wat voor een diepte en wat voor soort aas gebruik je.

Wij stellen voor om eerst de hengel keuze vast te stellen. De hengel waar je mee vist tijdens de wedstrijden is de vaste hengel. Met de vaste hengel kan je beter en sneller de vis aanslaan dan met een werphengel. Met de vaste hengel vis je ook altijd boven of op je voerplek. De meeste vissen die je vangt tijdens de wedstrijden zijn de voornachtige of de blieken/ brasems. De voorn zullen meestal net boven je voerplek aanwezig zijn. Daar en tegen aast de grotere brasems meer op je voerplek, maar dan op de bodem. Je raad het al, wil je grotere vissen vangen zul je over het algemeen meer op de bodem of net boven de bodem moeten vissen.

Het aantal vissen die je vangt is natuurlijk mede afhankelijk van het weer, willen zij wel of niet bijten.

Wanneer de grotere vissen nog niet of niet willen bijten, proberen wij in eerste instantie om de wat kleinere soort genoten te vangen.

Dit doen wij doormiddel van je dobber naar beneden te schuiven, waardoor je minder diep gaat vissen. Je haakje zal nu, naar gelang je de dobber hebt verschoven, 30 cm boven de bodem hangen.

Ja kan ook de keus maken om heel ondiep te vissen, bijvoorbeeld net onder het water oppervlakte.Dan vis je +/- 30 cm diep, maar dan vanaf de water- oppervlakte gerekend. Hier vang je over het algemeen kleinere visjes. Je moet dan wel rekening houden dat je minstens 2 a 3 visjes moet vangen om vervolgens dezelfde lengte te kunnen vangen als één gemiddelde grotere vis.

Voorn en Brasems kom je tegen in alle soorten van wateren. De brasem aast meer op de bodem, daar en tegen zul je meer voorn vangen als je ondieper gaat vissen. 

De kleine karper is ook goed mogelijk om deze te vangen met de vaste hengel, alleen wij hebben afgesproken dat wanneer er een karper wordt gevangen tijdens de wedstrijden deze niet wordt mee gerekend.

De karper aast ook op de bodem. In de zomer wordt er ook met een drijvende korst aan de oppervlakte gevist. Wanneer het water warm wordt zullen de karpers meer aan de oppervlakte komen.

Een zeelt vang je over het algemeen op de bodem met een worm of made.    Het komt zeker ook voor dat de zeelt met brood of kaas gevangen kan worden. Een zeelt zal zich meer ophouden tussen waterplanten en schoon water.

Uitgezochte visplekken, wanneer je een visplek krijgt toegewezen ben je soms afhankelijk van het geluk dat de vissen op jouw plek zitten. Maar je kan ze ook lokken met lokvoer. Je moet dan op de aangewezen visplek links en rechts van je kijken of je niet een mooi plekje vindt waar je de dobber als vaste plek in het water wilt laten glijden. Je kijkt dan naar de omgeving, kan je tegen een rietkraag aan vissen of vlakbij de waterlelie.

Let wel op dat wanneer je beet hebt de vis snel in het riet of rond de waterlelie stengel kan zwemmen, zodat je tuig vast raakt.

Zijn er geen van deze factoren aanwezig kan je de bodem afpeilen met een peil loodje. Je zoekt dan naar het diepste gedeelte van de aangewezen visplek, stel nu je dobber zo dat de dobber net boven het water uitkomt. Houd er rekening mee dat het peilloodje ook in de bodem kan zinken. Hierdoor zal de afstelling niet correct worden uitgevoerd. Schuif je dobber dan nog iets naar beneden. Houdt deze plek scherp in de gaten en maak hier je voerplek van. Je vist nu boven het diepere gedeelte en op de schuinere kanten van deze plek.
 

 

index onderwerp vorm/uitvoer
1.6 Hoe moet ik een vis vangen,

Wij hebben het al gehad over de hengel keuze, soort vis en waar kan je deze vissen vinden.

Er zijn nog meer factoren (hulpmiddelen) om het vissen aantrekkelijker te maken, door onder andere betere vangsten.

Je begrijpt dat wij niet met een elektriciteit snoer kunnen vissen maar met een speciaal daarvoor ontwerpen nylon, het tuigje oftewel de sim.

De sim en dobber en de haak worden onder punt 1.7, 2.2 en 2.3 behandelt.

De basis regels zijn;

  • Vaste hengel
  • Rustig langs de waterkant
  • Kleine lokvoer ballen gebruiken, liefst plat maken als een hamburger
  • Verschillende soorten aas meenemen, brood(wit), maden, wormen of een stukje kaas.Je hoeft zeker geen grote hoeveelheden mee te nemen.
  • Verschillende simmen meenemen, grote en kleine dobbers/ haakjes
  • De dobber en haak op de juiste manier uitloden
  • Wanneer je op de bodem vist zal de dobber over het algemeen naar boven komen, ook bij deze “beetregistratie” zal je de vis moeten aanslaan.
  • Actief vissen, door op verschillende diepten te vissen
  • Eerst vissen, kijken of er al vis op de visplek aanwezig is. Is de vis aanwezig dan niet voeren, je verjaagd dan de vissen. In een later stadium kan je op kleine schaal voeren, zoals wij dit moeten doen met bijvoeren.

Wanneer je dobber ondergaat of naar boven komt (opsteker) zal je de vis moeten aanslaan.Wanneer een vrij lang tuigje op de hengel hebt zal de aanslag langer duren dan wanneer je een kort tuigje op de hengel hebt zitten.

Zorg er dan ook voor dat wanneer je je dobber in het water hebt liggen dat het tuigje vrij strak staat tussen de top van de hengel en de dobber die in het water ligt. Hierdoor zal de aanslag tijd verkorten en het resultaat/ vangsten verbeteren.

Het is ook van beide belang (voor jezelf maar zeker ook voor de vis) dat je, wanneer je beet hebt, ook aanslaat.De haak zal op de juiste manier gezet worden in de bek van de vis.Wanneer je te lang wacht zal de vis de haak inslikken en moet je of het tuigje doorknippen of gebruik maken van de hakensteker. Dit duurt te lang want je bent immers aan het wedstrijd vissen.

Door snel en actief te vissen zul je zien dat je ook geregeld misslaat, dit komt doordat de haak keuze dan waarschijnlijk verkeert is. De haak zal dan ten opzichte van de vis te groot zijn. Je kan dan of een kleinere haak gebruiken, maar je kan ook op grotere vissen gaan vissen. (dieper, naar de bodem toe)

Al met al een heel gedoe om één enkel visje te vangen, maar wanneer je de juiste keuze en afstelling hebt gemaakt van je sim, zul je zien dat dit resultaat zal geven.

 

 

index onderwerp vorm/uitvoer
1.7

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

1.8

De juiste keus van de haak

De keus van de haak ligt deels aan wat voor een soort vis je wilt vangen. Je gaat bijvoorbeeld niet met een paling haak (langwerpige haak van 3 tot 4 cm) niet op voorntjes vissen. Het lukt wel maar wil je veel vangen moet je de juiste keus haak gebruiken. Een te grote haak verjaag je algauw de vissen.

Je kan kiezen tussen haken met een oog of een bled. Lange steel of korte een steel, maar ook met of zonder weerhaak. Er zijn er wel duizend verschillende. Hoe maak je nu de juiste keus.

Allereerst waar jezelf het prettigst mee vist, met bled of een oog. Dit heeft met name te maken hoe jij een haakje aan je tuigje vast kan maken. De één geeft de voorkeur aan het haakje met oog terwijl de andere zweert bij een haakje met bled.

Waar je wel rekening met kan houden is of je een haakje met lange steel of korte steel moet gebruiken. De keus van een lange of een korte steel hangt ook af aan wat voor een aas keus maak je. Vis je alléén met brood dan volstaat een korte steel, maar vis je met wormen en/ of maden dan ligt de voorkeur bij een haak met lange steel. Een haakje met lange steel heeft de voorkeur, omdat je dit haakje makkelijker los kan maken en dat je met een haakje met lange steel allround kan vissen. Dat wil zeggen je kan zowel met brood, wormen, maden en larve vissen.

Haak aan zetten
Les 2

Martin uitnodigen,

Touw en haakvoorbeelden meenemen

Video starten

 

 

Een haak met een oogje zetten wij aan met de bloedknoop. 

Het meest eenvoudige haakje met minimaal aan keuze. 

De keus van de haak met oog heeft zo zijn beperkingen.

 

 

Een haak met een bled zetten wij aan met de bledknoop.

Als je eenmaal de slag te pakken hebt heeft een haak met bled de voorkeur. 

De keus van heken met bled zijn vele malen groter, fijner en dunner.

 

Een dunnere haak heeft zijn voor en nadelen. Een dunnere haak van tegenwoordig heeft een dusdanige kwaliteit dat de haak minder gauw zal breken als 15 jaar terug. Het nadeel is ook een voordeel. Wanneer er een te grote vis, bijvoorbeeld een karper, het heeft gemunt op jouw aas dan zal de karper het tuig kapot trekken met alle gevolgen van dien. Je moet dan opnieuw een haakje eraan zetten en mogelijk ook een nieuwe dobber en loodjes. Wanneer je een dun haakje gebruikt zal de karper de haak rechttrekken, zo verspil je in ieder geval niet je dobber en loodjes. In het meest erge geval kan de karper zelf je top van de hengel breken.

Je ziet, de keus van de haak is erg belangrijk;

  • wat wil je vangen
  • waarmee wil je vissen (aas keuze)
wil je een tuig verspelen, denk ook maar eens aan alle bomen en struiken waar je vast wel eens mee in de knoop zat. Een dunne haak trek je recht en verspil je niet je tuig.

 

index onderwerp vorm/uitvoer
1.9

2.0

2.1

 

Welk aas?

Welke vis vangen met welk aas?

Hoe zit ik het aas op de juiste haak?

Deze drie onderwerpen kunnen wij apart behandelen, maar je zal zien dat het een met de ander heeft te maken. De haak keuze hebben wij al uitvoerig over gehad en geven daarom de voorbeelden weer met de haak met bled en lange steel.

Er zijn een heleboel verschillende soorten aas; Wij beperken ons tot de witvis doelgroep, de brasem en voornachtige.

Van nature uit zijn alle vissen rovers de één eet zijn soortgenoten op (snoek, baars), maar de andere eet muggenlarven, schaaldiertjes, watervlooien, torretjes en/ of wormpjes (allemaal levende diertjes).Om de natuur zoveel mogelijk na te bootsen komt er nogal wat bij kijken.De vissen worden ook aangetrokken tot lekkere geurtjes, zoals witbrood (vanilleachtig) en bijvoorbeeld jonge kaas (zacht van smaak).De juiste keuze hangt af van, wat er in de flora en fauna aanwezig is, waar jij je op dat ogenblik bevind. Kortom hoe ziet jouw visplek er uit.Zijn dit sloten met veel waterplanten dan zullen de larven en maden het beste doen.Vis jij in een sloot waar weinig planten staan zal je zien dat je grotere kansen hebt met brood of kaas.Met brood of kaas worden er over het algemeen de wat grote vissen gevangen.Je begrijpt ook dat je als je een klein haakje hebt niet een groot stuk brood goed vast kan maken.Vaak zie je dat wanneer je een te kleine haak hebt met daarbij een te groot stukje brood de vis niet aangeslagen kan worden. Als je met brood of kaas vist zorg je ervoor dat de haakpunt niet door het aas heen steekt. Je maakt ook geen klein hard balletje die je op de punt van de haak zet, de vangkansen zullen aannemelijk verminderen.

Voor de wat grotere vis maak je een pluim of een vlok op haak nummer 8 of 10. Brasems en voorns zijn hier gek op. Bij sloten met veel waterplanten gebruik je maden of muggenlarve op een haak nummer 10 of 12. Bij deze sloten is de kans aannemelijker dat er ook een zeelt langs kan komen of een baars.Bij stromend water en bij duikers zitten veel rovers, maar ook rietvoorns die op de langsstromende vliegen/ larven en schaaldiertjes afkomen.Een made of muggenlarf zetten wij het liefst op een dunne haak, dan beschadigd je de made/ larve het minst. De made haak je aan de dikke einde (kop) net door het velletje heen (huid), je zal zien dat de made dan nog spring levend is. Met een dode made zullen je visresultaten achteruit hobbelen, vervang je made met regelmaat en controleer of de made nog levend is.

Wormen, met name de mestwormen, kleine rode wormen, kun je ook gebruiken als aas.Je vangst zal verbreden, niet alleen voorn of een brasem willen in de worm bijten, maar ook een zeelt, baars of een paling.Voor wedstrijdvissen is een worm een laatste redmiddel, met een worm zal je meer geduld moeten hebben. Het is wel handig dat enkele soorten aas bij je hebt, om de aaskeus, wanneer de vissen niet echt willen bijten een andere keus te kunnen aanbieden.

De keus van de te vangen vis en de haak zijn erg belangrijk. Zorg in ieder geval dat je meer keus aan aas bij je hebt voor de wedstrijden. Voor als de vis vrij moeilijk is om te vangen met het ene aas kan je overstappen op een ander aas soort.

 

 

 

index onderwerp vorm/uitvoer
2.2

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

2.3

 

 

 

 

 

 

 

Dobber keuze;

Waarom met een dobber vissen, In eerste instantie verteld de dobber ons wanneer er een vis aan ons aas knabbelt, zo ook wanneer de vis het aas meeneemt.De dobber vertelt ons dus wanneer wij beet hebben.

Een tweede, maar zeker geen onbelangrijke functie van de dobber is namelijk dat de dobber er voor kan zorgen om ons aas op verschillende dieptes ons aas aan te kunnen bieden. Dit is belangrijk, omdat wanneer de vissen niet op de bodem azen toch nog vis gevangen kan worden, maar dan ondieper. Wel moet je er zeker van zijn dat de dobber aan het tuigje niet te veel lood bezit, want dan zou de dobber gaan zinken.

Je merkt het al, het uitloden van je dobber wordt erg belangrijk. Zie punt 2.5
Les 3

Dobbertjes en tuig, loodjes en haakjes meenemen

Uitlood buis meenemen

 

In de winkel zijn heel veel dobbers te koop. Waar let je op of de dobber een mooie kleur heeft, nee.

De dobber moet met een duur woord functioneel zijn. De dobber moet zijn werk uitvoeren in verschillende typen water.

Voor elk soort water is er wel een dobber te koop. Slanke dobbers gebruiken wij op stilstaand water, iets dikkere dobbers voor licht stromend water en dobbers met een bolletje (ronde buikje) gebruiken wij voor sterk stromend water.
Voor diep en stromend water moet je een zwaardere dobber gebruiken, je hebt dan ook meer lood nodig. Meer lood zorgt er dan voor dat je aas eerder op de aasplek aanwezig is, dan wanneer je een lichte dobber gebruikt met weinig lood, je aas zou dan bijna gaan zweven.

Voor het water waar wij in vissen met onze wedstrijden is een lichte dobber van ongeveer 12 cm het mooist. Je kan dan je sim gebruiken voor alle wateren. Je hebt dan een universele sim.Je kan ook specifiek een sim maken per type water waar je vis. Je moet dan wel veel geduld hebben om de juiste sim te vinden en te maken die geschikt is voor dat water.

Op zich is dat niet moeilijk, maar waarom een tuigje maken als wij het ook heel simpel kunnen kopen ? Het kant en klaar tuigje voldoet niet aan onze eisen !Zelf tuigje maken bespaart op langere termijn in de kosten.

De dobbertjes van een kant en klaar tuigje zijn over het algemeen wel geschikt, maar het tuigje (het snoer) is over het algemeen van een mindere kwaliteit. Meestal te dik en te stug. Ook de loodjes (balletjes, kogeltjes) zijn minder geschikt, omdat deze bij onjuist gebruik het tuig beschadigen.

Niet onbelangrijk is de haak. De haak op een kant en klaar tuigje zijn de meest eenvoudige en 9 van de 10 keer niet geschikt.

Wij laten jullie met behulp van de begeleiders een tuigje zelf maken, dit tuigje (sim) kan je dan voor de wedstrijden gebruiken.

Een compleet tuigje bevat oogje, toprubber, dobber, loodjes en een haakje,zie ook de tekening.

 

index onderwerp vorm/uitvoer
2.3

 

 

 

 

 

 

 

 

 

2.4

 

Niet onbelangrijk is het tuig zelf.Er zijn heel veel soorten en diktes te koop.Om te beginnen met vissen is een 0,14 dikte een goede keus. De dikkere lijnen worden gebruikt voor grotere vissen. Gevlochten lijnen, meerdere lijnen die in elkaar gevlochten zijn, worden gebruikt voor het echte zware werk, met name waar veel waterplanten staan en op karper wordt gevist.

Als je in de winkel kijkt zie je verschillende soorten met 0,14 dikte. Verschil is de treksterkte, het ene merk ten opzichte van het andere merk, wilt nog wel eens verschillen. Ook de stugheid, het ene tuig kan je oprekken en het andere tuig niet.

Dit heeft te maken met je aanslag. Je zal begrijpen dat wanneer je een stuggere lijn gebruikt eerder de vis aan de haak kan slaan dan met een oprekbare lijn. De lijn moet eerst oprekken alvorens de vis wordt gehaakt. Echter een stugge lijn heeft wel als nadeel dat de lijn eerder zal breken dan een rekbare lijn. Wil je met een stugge lijn vissen is het van belang dat je top van de hengel zeer buigzaam moet zijn. De top kan dan de klappen opvangen die de vis veroorzaakt.

Met een dikke lijn kan je niet vissen met een zeer klein haakje. De haak keuze is dus ook van belang bij het gebruik van je lijn dikte.

Soorten loodjes en het gebruik van loodjes zonder dat het tuig beschadigd.

Ook met loodjes zijn er zeer veel verschillende keuzen en soorten.Je hebt de kogeltjes, staafjes, bladlood en druppellood.Op zich maakt het niet uit welk lood, als je de dobber maar op de juiste manier uitlood. Voor en nadelen, het voordeel van kogellood is dat de snede vrij groot is, waar je het tuig door moet halen. Echter een nadeel de loodjes zijn vrij hard en beschadigen het tuig.

De staafloodjes zijn zachter en beschadigen minder het tuig, als nadeel is wel dat de snede niet altijd open staat, waar je je tuig doorheen moet halen.        Bladlood, is opgerolde platgewalste lood. Wordt gebruikt als schuiflood of bij zwaardere visserij. Ook heb je druppel lood, dit zijn een soort waterdruppels waarin een heel klein gaatje in zit, waardoor je het tuig moet halen. Druppellood wordt vaak gebruikt in de professionele vissport.

Waar moet je rekening mee houden. Goedkoop lood is vaak te hard en stug. Goedkoop lood beschadigt je tuig. Goed lood is vrij duur, maar je moet er wel rekening mee houden dat je hier dan ook wel minstens 2 jaar mee kan doen.   De betere kwaliteiten/ loden zijn soepel, beschadigen minder het tuig en kunnen met de hand op het tuig gezet worden.

Je hebt ook dan ook nog de zogenaamde zachte staaf loodjes met afgeronde uiteinden.Voordeel van deze loden zijn, wanneer je een vis beland in je landingsnet dan kunnen de loodjes door je net heen vallen met alle gevolgen van dien. Je loodjes/ tuig komen in de knoop. Loodjes met afgeronde kanten haken ook niet achter het tuig, wanneer je misgeslagen hebt.Zo zie je maar overal is over nagedacht. Zorg in ieder geval, dat je reserve loodjes bij je hebt tijdens het vissen. En welke dat zijn is jouw persoonlijke keuze.
 

 

index onderwerp vorm/uitvoer
2.5

 

Uitloden van de sim die jezelf hebt gemaakt

Je hebt de dobber, dikte en treksterkte van je lijn, soort loodjes en het haakje gekozen, waar jij het liefst mee vis en waar waarschijnlijk de meeste resultaten mee behaald moet worden.

Je moet net zoveel lood op je sim plaatsen, zodat de dobber nog net niet onder water gaat. Houd er rekening mee dat het aas nog niet op de haak geplaatst is. Het aas heeft ook een bepaalde gewicht en zal, wanneer je de dobber te scherp hebt afgesteld, zinken.

Zie op de tekening 2.5.1 hiernaast, het topje van de dobber staat nog net boven water en zal nog iets naar beneden gaan wanneer er aas op de haak is geplaatst. 

Op deze manier kan je zowel op de bodem vissen als drijvend.

tek 2.5.1.

 
Als je gebruikt maakt van een voerplek is het wel verstandig om ook op de gemaakte voerplek te gaan vissen.

Je moet goed onthouden waar je de voerplek hebt gemaakt. Vervolgens zul je de diepte moet gaan bepalen.

Dit heet het uitloden van je tuig/ dobber.

Dit doe met een peilloodje. Maak het peilloodje vast aan de haak.Het loodgewicht is nu zoveel geworden dat de dobber makkelijk zinkt. Schuif je dobber net zo lang naar boven tot net boven de waterlijn zie ook de eerste tekening 2.5.1.

Schuif nu de dobber nogmaals 5 cm naar beneden en verwijder het peillood. Je vist nu net boven de bodem. Zie tekening 2.5.2

Ga in eerste instantie net boven de bodem zweven met je haakje.Dit is de startpositie waar je mee begint tijdens de wedstrijden.

tek. 2.5.2

Wanneer je na 10 minuten nog geen aanbeet hebt gehad ga je voeren, met het lokvoer.Als je na het voeren het gevoel hebt dat je nog steeds te lang moeten wachten ga je de vissen opzoeken. Dit doe je door middel van je dobber naar beneden te schuiven. Je gaat nu ondieper vissen +/- 30 cm. Je haak zweeft nu ongeveer 30 cm boven de bodem. Je vangt dan wel eens waar iets kleinere vissen, maar vis is vis. En wij komen tenslotte om vis te vangen. Wanneer er kleine vissen op je aasplek azen zullen na een tijdje ook de grotere vissen verschijnen.

Je zult elke keer wanneer je geen aanbeet meer ziet, moeten gaan spelen met de diepte (haak- dobber afstand), zo zoek je in ieder geval de vis op, of te wel je bent actief aan het vissen.

 

index onderwerp vorm/uitvoer
2.6 Het maken van lokvoer 

Je kan over het algemeen kant en klaar lokvoer kopen. Je moet er wel rekening mee houden dat je tijdens een wedstrijd met meerdere visser langs de waterkant zit. Als iedereen nu met het zelfde voer gaat voeren weet de vis niet op welke lokvoer plek de vis nu moet blijven (azen). Als je iets andere voer hebt dan de andere kan dit een uitdaging zijn voor de vis om juist naar jouw voerplek te komen. Zorg er wel voor dat je niet te veel klaar maakt, je hebt voor een (jeugd) wedstrijd echt voldoende aan +/- 500 gram lokvoer.

Bij grotere/ langere wedstrijden op diep en stromend water wordt er meer gebruikt, maar op stilstaand en ondiep water is 500 gram ruim voldoende.

Als experiment kun je zelf lokvoer maken. In eerste instantie gebruik je altijd een basisvoer, bijvoorbeeld Justens voer. Deze is relatief de goedkoopste en is een uitstekende basis. Justens voer is over het algemeen voer voor de kleinere vissen, voorns. Je meng hierdoor wat oud brood en een enkele koekje (speculaas). Voeg toe wat broodmeel of bloem en wat paneelmeel. Meng dit altijd droog en voeg dan pas water toe. Het voer moet aarde nat zijn, dus niet te nat en kleverig.Dit heeft te maken met de diepte waar wij in vissen. Vis je in dieper water dan wordt het voer iets natter en steviger gemaakt, zodat het pas uit elkaar valt op de bodem. Je kan ook een klein beetje zand toevoegen, dan zinkt je voer sneller naar de bodem.

Hier onder hebben wij nog enkele voorbeeld van samenstelling van lokvoeren, zowel voor de brasem als de voorn. Je kan ook een mix maken voor brasem en voorn. Je zult dit zelf moeten onder vinden. Wanneer je een voer samenstelt dan kan dit door de ingrediënten te wegen of door de ingrediënten in delen toe te voegen. Persoonlijk weeg ik het liever, dat is uiteraard mijn persoonlijke voorkeur en wil niet zeggen dat het voer hier beter door wordt dan het toevoegen in delen.

Wel is het uiteraard de bedoeling dat er wat geëxperimenteerd wordt met de ingrediënten en de gewichten want er is geen 1 water hetzelfde wat betreft diepte en stroming.Gewoon een kwestie van nadenken en doen (met behulp van de ingrediëntenlijst). 

Hier enkele recepten met het daarbij behorende gewicht/ verhoudingen.Denk er wel om niet te nat maken en goed zeven, zo krijg je een beter structuur.

Voornvoer
Les 4

Verschillende lokvoeren meenemen

Grote emmer en afwas bak meenemen
 

1;

  • Broodmeel 100 gram
  • Babycorn 30 gram
  • copra-melasse 25 gram
  • gem. hennep 30 gram
  • anijs 5 gram
  • paneel meel 25 gram
  • venkel 10 gram
  • aanvullen met standaard mix.

2;

  • Broodmeel 30 gram
  • Beschuitmeel 50 gram
  • Maïsmeel 10 gram
  • Polenta 30 gram
  • Koekjesmeel 150 gram
  • gem.. hennep 150 gram
  • vanille poeder 5 gram
  • aanvullen met standaard mix.
 
 

3;

  • Broodmeel 40 gram
  • Beschuitmeel 60 gram
  • gem. hennep 30 gram
  • maïsmeel 20 gram
  • koekjesmeel 20 gram
  • anijs 5 gram
  • zemelen 5 gram
  • havermout 5 gram
  • arachide olie 1o ml
  • aanvullen met standaard mix.

4;

  • Broodmeel 40 gram
  • Paneermeel 60 gram
  • Maïsmeel 20 gram
  • Collant 30 gram
  • Aardappelvlokken 10 gram
  • gem. hennep 30 gram
  • arachide olie 10 ml
  • venkel 10 gram
  • aanvullen met standaard mix.
 
 

5;

  • Paneermeel 50 gram
  • Beschuitmeel 50 gram
  • gem. hennep 30 gram
  • maïsmeel 30 gram
  • steranijs of venkel 5 gram
  • koekjesmeel 30 gram
  • hennep 40 gram
  • aanvullen met standaard mix.

6;

  • Broodmeel 50 gram
  • Paneermeel 50 gram
  • Maïsmeel 60 gram
  • Havermout 10 gram
  • Notenmeel 25 gram
  • gem. hennep 150 gram
  • vanille poeder 5 gram
  • aanvullen met standaard mix.
 

 

index onderwerp vorm/uitvoer
  Brasemvoer  

brasemvoer

1;

  • Eicake 20 gram
  • Kurkuma 1 theelepel
  • broodmeel 20 gram
  • gele paneermeel 40 gram
  • arachide olie 10 ml
  • koekjesmeel 20 gram
  • breme (karamel) 10 gram
  • maïsmeel 20 gram
  • polenta grof 30 gram
  • havermout 5 gram
  • sojameel 20 gram
  • collant 20 gram
  • aanvullen met standaard mix.

2;

  • gele paneermeel 60 gram
  • witte paneermeel 60 gram
  • pindameel 20 gram
  • collant 20 gram
  • babycorn 20 gram
  • eicake 20 gram
  • havermout 30 gram
  • sojameel 20 gram
  • kurkuma 1 theelepel
  • koriander 10 gram
  • polenta 20 gram
  • koekjesmeel 40 gram
  • aanvullen met standaard mix.

3;

  • Broodmeel 50 gram
  • Maïsmeel 40 gram
  • Havermout 10 gram
  • koekjesmeel 30 gram
  • arachide 20 gram
  • breme (karamel) 10 gram
  • gem. hennep 50 gram
  • vanille poeder 5 gram
  • aanvullen met standaard mix.

 

4;

  • Broodmeel 25 gram
  • Paneermeel 100 gram
  • Maïsmeel 30 gram
  • koekjesmeel 30 gram
  • Kopra melasse 20 gram
  • havermout 15 gram
  • vanille poeder 5 gram
  • aanvullen met standaard mix.

 

5;

  • Broodmeel 50 gram
  • Paneermeel 50 gram
  • Maïsmeel 60 gram
  • Havermout 10 gram
  • Notenmeel 25 gram
  • koekjesmeel 40 gram
  • aardappelvlokken 10 gram
  • kopra melasse 40 gram
  • koriander 10 gram
  • aanvullen met standaard mix.

 

 

 

index onderwerp vorm/uitvoer
2.7

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

2.8

De vis uitrusting

Maak het niet duurder dan nodig is. Je kan op een leuke manier best wel wat visspullen verzamelen. Vraag aan je Opa of Vader of hij misschien nog dubbele visspullen heeft die jij mag gebruiken.Je kan ook zelf je visuitrusting bij elkaar sparen. Vraag voor je verjaardag of wanneer je een diploma hebt behaald enkele visspullen.

Wat heb je minimaal nodig om verstandig en verantwoord te kunnen vissen.

  • Hengel
  • Landingsnet
  • Aas
  • Lokvoer
  • Enkele tuigjes
  • Extra loodjes en haakjes
  • Haaksteker
  • Emmer
  • Stoeltje
  • Visvergunning

Wat kan je eventueel extra meenemen.

  • Viskoffer
  • Aasbakjes
  • Viskleding
  • Visparaplu
  • Extra hengel
  • Hengelsteunen
  • Werphengel

Examen, diploma uitreiking

Tot slot hebben wij nog na het geven van deze cursus een examentje gemaakt. Deze vragen zijn opgesteld door de NVVS en behoren bij het boek vissen mijn sport, van de jeugdcursus, vissen met de vaste hengel. Heb je de meeste vragen goed beantwoord dan ben je klaar voor het komende visseizoen en klaar voor de wedstrijden. Je zult zien, met de kennis die je opgedaan hebt tijdens deze cursus, dat je meer plezier zult beleven aan het vissen.

Wij wensen jullie een goede vangst toe en veel plezier met het vissen.          Marnix, Koos, Martin, Richard, en André, maar natuurlijk ook het Bestuur van de B.H.S.V. 

In de bijlage vindt je nog enkele knopen die bij de vissport worden gebruikt.
 

 

Bijlage enkele visknopen